
De begrenzingsdraad (1) en de geleidingsdraad (2) bestaan uit dezelfde kabel. Zij vervullen echter verschillende functies. De begrenzingsdraad bepaalt het maaivlak. De geleidingsdraad wordt binnen het maaivlak gelegd en is nodig voor de terugweg naar het dockingstation, voor de aansturing van een startpunt en om het maaivlak in zones (A en B) te verdelen.