Wat zijn verboden zones?

Laatste update:
21/06/2021

We laten u stap voor stap zien hoe u in het maaivlak zelf verboden zones aanlegt.

Installeer verboden zones

  • rondom hindernissen die de robotmaaier niet mag aanraken,
    • vijvers
    • zwembaden
    • bloemperken
    • moestuintjes

 

  • rondom hindernissen die niet stabiel genoeg zijn,

 

  • rondom hindernissen die te laag zijn.
    • Minimumhoogte: 8 cm

Installatie:

Houd de volgende afstand aan voor het leggen van de begrenzingsdraad rondom een verboden zone:

 RMI 4/ RMI 5                                                 RMI 6

De robotmaaier rijdt langs de begrenzingsdraad (1) om de hindernis (2) heen zonder deze te raken.
Voor een betrouwbare werking moeten verboden zones in principe rond en niet ovaal of hoekig zijn. Ook mogen ze geen naar binnen gebogen bochten bevatten.
Verboden zones moeten een minimale diameter van 56 cm hebben voor de iMOW® 422, iMOW® 522 C en 66 cm voor de iMOW® RMI 632.



De afstand tot de randlus (X) moet groter zijn dan 44 cm voor de iMOW® 422 en groter dan 54 cm voor de iMOW® RMI 632.

Daarnaast moeten verboden zones een diameter van maximaal 2 - 3 m hebben.



Om storingen bij het indocken te voorkomen, mag in een gebied van ten minste 2 m rondom het dockingstation (1) geen verboden zone worden geïnstalleerd.


Leid de begrenzingsdraad (1) van de omranding naar de hindernis, leg deze op de juiste afstand (gebruik de iMOW® Ruler) rondom de hindernis (2)  en zet de draad met een voldoende aantal bevestigingspennen (3) in de grond vast. Leg de begrenzingsdraad daarna terug naar de omranding.

Tussen hindernis en omranding moet de begrenzingsdraad parallel naast elkaar aan een stuk worden gelegd.

Het is raadzaam:

  • hindernissen met verboden zones af te bakenen of te verwijderen.
  • verboden zones na de eerste installatie of na veranderingen in de draadinstallatie met behulp van het commando "Rand testen" te controleren.